donderdag 28 juli 2011

HOE KOMT Mill AAN ZIJN WILLIBRORDUS ?







Beetje historie ……. op gevaar af te worden weggehoond, willen we het toch hebben over St.Willibrord.




Toen Marietje Kremers nog raadslid was, brak ze in 1990 op de valreep van een van haar laatste vergaderingen een lans voor deze patroonheilige van zoveel verenigingen, instellingen en instanties in Mill. 1990 evenals 1995 was een Willibrordusjaar. Alle gemeenten in Nederland, die met deze patroon te maken hebben zijn door een commissie uit Utrecht aangeschreven. Naar aanleiding hiervan zijn destijds en-petit-comite bestuurders van een aantal instanties en verenigingen, w.o. Myllesheeem bijeengeweest. Helaas zijn toen alle afspraken, door onbekende oorzaak in het ongerede geraakt en is het Willibrord-jaar zo goed als onopgemerkt verstreken.




Als eerste had mevrouw Wil Rooyakkers van de Willibrord-apotheek reeds haar medewerking aan bepaalde activiteiten toegezegd.



Hoe komt Mill aan zijn Willibrordus ?
Wij schrijven het jaar 1227, ongeveer 100 jaar na de stichting van de Abdij Marienweerd (1128) en 100 jaar voor de oprichting van de Parochie Mill (anno 1326). Uit het jaar 1227 stamt een belangrijk document, waarvan een afschrift is vervat in het Cartularium , het archief van Marienweerd. Hierin worden percelen grond aangegeven, die in Mill liggen en toebehoren aan de Abdij van Echternach in Luxemburg. Dit is de Abdij, die Willibrord eind 7de eeuw stichtte en waar hij na zijn dood is begraven. Waarschijnlijk heeft Willibrord deze landgoederen gekregen, toen hij rond 700 in onze regio missioneerde. Feit is, dat hij in zijn calendarium, het goed Pussela noemt bij andere goederen in onze regio. Pussela zou de verbastering kunnen zijn van de Hof Pisla in Mill, waar in 1156 de paters van Marienweerd toestemming kregen zich te vestigen, de heilige oliën te wijden en de overledenen te mogen begraven.



De acte van 1227 is belangrijk, omdat dan pas de goederen officieel worden overgedragen. Abt Bartholomeus van Echternach bevestigt hierin de overdracht aan Marienweerd, onder voorbehoud van het vruchtgebruik van een zekere Alhardus Albertzoon. Hij noemt verder als getuigen: de Heer van Batenburg en Theodorus, Graaf van Megen, voorts de priesters, Walter, deken van Cuijk en diens broeder Alexander. En of dat nog niet voldoende is, maakt hij ook nog melding van de namen van de paters Bertram & Rudolf van de Abdij Rinderen (bij Kleef Dld.), die in die tijd de administratie, inning van cijnzen enz… voor Echternach verzorgden. Op bijgaande foto ziet U het beeld van St. Willibrord, dat pastoor Maas (+1994) in 1958 kocht uit de parochiebijdragen bij gelegenheid van zijn 25-jarig priesterjubileum. (wordt vervolgd)



Henk van de Weem



bronnen:
- cartularium Marienweerd Fremery (1890)
- dr. Bas van Bavel: goederenbezit Marienweerd (1993)
-
publicaties Marienweerd: Henk van de Weem (1995)


woensdag 18 augustus 2010

TERUG van EVEN WEGGEWEEST !

Onze oudste neef, Marinus van de Weem, Marinus van Oomjan 94jr. is ons zaterdag 1 mei 2010 ontvallen …… hij woonde hier in het verzorgingstehuis Elshof. Enkele weken geleden ben ik nog bij hem geweest en heb hem voor de 2de keer de foto met bidprentje van Marie OB laten zien. Maar hij reageerde niet.


Voor diegenen, die het nog niet weten : WEEM is afgeleid van Widen Heem, dat staat voor Gewijde Aarde. Een zoon van Karel de Grote stelde dit vast ANNO 835/855. Lodewijk de Vrome, Ludovicus Pius, bepaalde in een charter (De Provocatie van Aken), dat elke pastoor recht had op een WEEM. Het was de bruidschat, die de parochie schonk aan de herder. De herder trouwde als het ware met zijn kudde. Die gift bestond uit een perceel grond, waarop hij zijn pastorie mocht bouwen en hem ook nog van voedsel voorzag. Het stuk grond moest op een voormiddag met 2 ossen bewerkt kunnen worden. Die regel bepaalde de grootte van de ruimte en was enigszins laag gelegen liefst omzoomd met een beekje voor de visvangst. Want de herder had vele vastendagen, waarop hij geen vlees en geen jus uit vlees mocht gebruiken.

Over de 10de mei van 1940 kan ik nog veel vertellen, ……. maar er zijn andere zaken aan de orde. Actueel in de familie is het voornoemde overlijden van MARINUS , 94 jaar. Hij is vrijdag d.a.v. begraven in Alverna. Ik noemde hem altijd onze oudste neef van VADERSZIJDE aan deze kant van de MAAS. Van de kinderen van Oomjan leeft alleen Hanneke nog ! Zij woont in Aldenhorst in Mill.


OORLOG 1940/45

Ik denk, dat Marinus de oudste en mogelijk de enige overlevende is van zijn groep (35 jongemannen), die op 2 mei 1943 werd gearresteerd en geïnterneerd in het Concentratiekamp Vught.
Met enkele familieleden van Coos Schraven heb ik nog niet zolang geleden, een gesprek gehad. Die nacht van 2 op 3 mei 1940 zal ik niet gauw vergeten. Drien van Oj. was bij ons in huis en ons Pa ging om 4.00h met haar naar de royendijk, want Marinus nam afscheid.
Zelf dacht Marinus, “ik kom niet meer terug” . Voordat hij tussen veldwachter Van Dijk en een SS-duitser vertrok, zei hij nog tegen Herman: “nou-binde-gij- DUN-AUDSTE !” Gelukkig was hij enkele dagen later weer thuis, kaal geknipt, meer geplukt ….. maar hij was er weer. Daarom geef ik deze bijdrage de titel mee :

TERUG VAN EVEN WEGGEWEEST !

Over deze voorvallen heb ik in 1990 en 1993 artikelen gepubliceerd in De Koerier. Ook zijn deze gegevens opgenomen in de annalen van Myllesheem, met name in het boek: Mill van Mobilisatie tot Bevrijding.
Dit oorlogsgeval staat in Vught niet vermeld, ondanks de GRUNTLICHKEIT van de Duitse bezetters …. trouwens ook het NIOD in Amsterdam schijnt de strijd beneden de Moerdijk amper te kennen. Ooit heb ik over deze stakingen en internering 5 regels …. letwel ….. 5 regels in de officiële stukken gevonden. Lou de Jong rept er met geen woord over !
Dat is UUR “U” nu exact 67jr. geleden, Marinus was toen 26. Ons Pa 52, Oomjanus 49 en Oomjan 55 !

dinsdag 16 maart 2010

EEN HISTORISCHE WANDELING door HET JAAR 1939





1939 ….. 70jr. geleden,………….. is voor vele Millenaren en oud-Millenaren een belangrijk jaar geweest. Boeiend ! Het was het laatste jaar, dat OUD – MILL nog bestond en blijk gaf van veel vreugde, ijver en een bescheiden welvaart. (Op andere plaatsen was het niet anders, zoals recentelijk in Elzevier stond te lezen)
Het jaar daarop veranderde ALLES, 10 mei 1940, ongewild ongekende droefenis, velen verloren het leven en werd Mill in een dag een gigantische puinhoop !
De Teloorgang Van Veel Autochtoon ERFGOED !

De maatregelen en besluiten als gevolg van de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 pakten toevallig voor Mill goed uit. Er kwam een bestemmingsplan voor DE KOM. Kroondomein-gronden werden geannexeerd. Daarop konden woningen worden gebouwd in de Domeinenstraat en op de plek, die nu de Dr.Ir.Ringersstraat wordt genoemd.
Er kwam een ULO-school voor de hele regio. Van het treinverkeer werd optimaal gebruik gemaakt. Mill kreeg langzaamaan een bescheiden STREEK-functie. Door de herbouw, herstel en nieuwbouw van de vele verwoeste gebouwen kwam het Bureau Wederopbouw Boerderijen en Bouw- en Woningtoezicht naar Mill en vestigden zich op de 1ste etage van het Witgele Kruis–gebouw. Voor iedereen was er voldoende werk.

Op dit moment 70 jaar later staat Mill weer voor een enorm experiment, deze keer willens en wetens ! Een gigantische VERNIEUWING dient zich aan. Bewust gaat veel Autochtoon Erfgoed tegen de vlakte. Laten we hopen, dat het geen catastrofale vergissing is! OUD-MILL ziet toe ...... en huivert !

Moge het niet ZO zijn, dat over 70 jaar van MILL wordt gezegd: …. dat is dat dorp in Fitland met die lange straten, ergens gelegen in het Nederambt van het LAND VAN CUIJK !!

GELUKKIG HEBBEN WE DAN NOG DE HERINNERINGEN aan: ANNO 1939

1939 …… , unnun aorigen tied. Zeggen sommige ouderen onder ons.
Met dat a o r i g bedoelen ze : akelig ……… onaardig !
In het begin was het meteen al een triest jaar, kommer en kwel al wat de klok sloeg: hoge werkeloosheid, sociale onrust.


RAAD van Mill.
Burgemeester Jonkheer Mr. Carel van Nispen tot Sevenaer vertelde aan de RAAD, dat er armoede was, slechte huisvesting voor sommigen …. en financiële tekorten bij de gemeente.
Jonkheer Mr. Carel, hij kermde … ja, Carel kermde ! Maar hij kreeg gehoor op zijn weeklagen …. Let wel, gehoor van de Millse Pastores. (foto’s I en II)










De kerken van onze parochies zaten er warmpjes bij.
Ook nog in deze zware tijden. De herders leidden hunne schaapkens met wijsheid, zuinigheid en een groot geloof; zij luidden aanhoudend voor verzamelen onder de kansel.

De kerk van Mill werd zelfs te klein en moest acuut met 2 zijkapellen worden uitgebreid. (arch. Martin van Beek Best) Daarbij bleef, ondanks alles, de toestand van de kerkenkas rooskleurig.
Spontaan leenden de kerkbesturen aan de Jonkheer van de Gemeente elk
5000,-- gulden, die van Mill en ook die van St.Hubert.


FRÖBELSCHOOL, Sr. Fabiana.
1939 … un aorig jaor, wisten de kleuters veel ?
Een jaar waarin veel gebeurde. Het was donker in de werkkast onder de trap naar de kapel van de Zusters Franciscanessen.
Wij, 5-jarigen, noemden dat de muizenkast, waarmee zuster Fabiana en Sr. Bertha ons dreigden.
Menig freubelaartje werd daarin een poosje geïsoleerd tussen de bezems en de emmers.
Schone handjes, lange mouwtjes, kousjes tot boven de knie, broekspijpjes tot onder de knie … enz.

Maar ook hierin kwam verandering, een gloednieuwe kleuterschool werd gebouwd (architect ir. Van Buitenen) en wijzigde meteen ook de a-frivole kledij !
Zuster Perpetua verhuisde als overste naar een ander klooster.

MILITAIREN
De proefmobilisatie als gevolg van de dreiging uit het Oosten, had voor Mill grote gevolgen. Drommen militairen (men schat 10.000) werden in Mill gelegerd.
Langs het Peelkanaal werden kazematten gebouwd.

Er kwam leven in de brouwerij. Het werd allengskes vrolijk-onrustig in Mill.
Mensen moesten op een andere manier worden bezig gehouden dan met gedachten aan neutraliteit en oorlog.
Afleiding zou ons volk goed doen.


1939 ….. een nijver bouwjaar, we spraken al over de kerk, de kleuterschool, maar ook een nieuw consultatiebureau stond op stapel, compleet met veldwachterwoning en arrestantenlokaal. Architect was Jan van Halteren uit Vught.
De oude behuizing naast het raadhuis was onbewoonbaar verklaard en de cellen onder de trappen waren allang verbouwd tot ambtenarenverblijven, want ook aan Mill werden steeds meer overheidstaken toevertrouwd.



HERINDELING
De gemeentelijke herindeling was op veel vergaderingen onderwerp van bespreking. Van demonstreren had men toen nog geen kaas gegeten. Er werden sprekers gevraagd, die de voor- en nadelen op een rijtje zetten, waarop dan weer felle discussies volgden.
Gemeente Linden werd opgeheven en kwam bij Beers, Katwijk bij Cuijk.
Twist wilde niet bij Vierlingsbeek en zocht steun bij Oploo.
Voor- en tegenstanders gingen mekaar te lijf.
Secretaris Ad de Bekker uit Mill trok als een missionaris door het Land van Cuijk en liet zijn iedereen overtuigend notoire stemgeluid horen … !
Hij bracht rust in de gelederen en eindigde elke spreekbeurt met de veelzeggende woorden :
“veel weten is veel begrijpen, alles weten is alles vergeven !”


ONTSPANNING
1939 … best een aardig jaar.
Toneel-uitvoeringen her en der brachten afwisseling. Mill liep zelfs voorop !
Kapelaan Van Roestel kreeg toestemming tegelijk voor dames en heren opvoeringen toe te laten, zowel op het toneel als in de zaal.
Voorheen was dat in de zaal alleen maar mogelijk op zondag 13.00h voor de kinderen, 15.00h voor de dames en 19.00h voor het mannelijk volksdeel.
Zo’n toestemming moest regelrecht van de bisschop van Den Bosch komen.
En dan te weten, dat in de ons omringende plaatsen nog niet “gemengd” gedanst mocht worden !


1939 …. Un aorig joar?
Kom, een leuk en aardig jaar! Er ontstonden vanwege de vele militairen, nieuwe contacten …. Ook nieuwe verenigingen.

De jonge boeren speelden: “De Zee Roept …”, zongen luidkeels “Kruis & Ploeg” en richtten een gymnastiekclub op. Er meldden zich spontaan 20 leden.

Alles kwam in de krant: bril verloren, gebroken been, van de kar gevallen.
Als de ijverige correspondent van de Echo van het Land van Cuijk geen nieuws had, dan maakte hij nieuws !



ORGANISATIES


  • De Bijzondere Vrijwillige Landstorm, een weerkorps van burgerwacht en schutterij, organiseerde schietwedstrijden op de heide.


  • De Jonge Wacht, wat later Het Verkennen Voor Jongens zou worden, kwam tot leven, tenminste had voorlopig enige bestaansgrond.


  • In Het Patronaat in de stationsstraat werd de eerste middenstandscursus gegeven en Kees van Hoof organiseerde de H.Gerardus-bedevaart naar ….. De Twist.


  • Op 24 maart publiceerde De Echo, dat er werk wordt gemaakt van de bouw van een Tennisbaan aan de Wanroyseweg …. Men doet moeite om dit als een werkelozen-project goedgekeurd te krijgen.

  • De Coloradokever stak voor het eerst de kop op … en het stormde in de Peel.


  • In 2 gezinnen werd een 15de kind geboren.


  • Zeker is, dat 2 maal een tweeling het levenslicht zag: op het Hoogveld en ook in de Schoolstraat. (foto III)




  • Mill telde 4381 inwoners, 2267 mannen en 2114 vrouwen en de Stoomzuivelfabriek verkocht voor 40.000,-- guldens aan pap.
    En ook in die tijd ging de Raad over in geheime zitting !


  • Er werd ook veel gestudeerd. Twee onderwijzeressen en 2, (mogelijk 3) onderwijzers studeerden af en kregen werk.


  • 1939 een succesvol jaar, Korfbalclub Midako kreeg de 2de prijs bij de zoveelste Kalorama-mars.



  • Ook het eeuwenoude Gilde Sintekatrien, vierde, tierde, teerde en …. “schoot den vogel af”.


  • Op vrijdag 26 mei 1939 ’s avonds om 19.00h werd de Tennisbaan aan de Wanroyseweg geopend.
    De club kreeg de naam TOPIO : Tennisclub Opgericht In Oorlogstijd.


  • Dobbelman en Ibis-shag boden de Millenaren en ook de soldaten een feestavond aan, compleet met cabaret.
    Dat gebeurde niet in het Patronaat, maar in de uitgeruimde werkplaats van Timmerbedrijf Martien Janssen (foto IV).


  • In juli vierde de Voetbalclub JULIANA haar 20jarig bestaan ……. met Motorrennen.
    Even later zal Gerrit van de Cruijssen zijn been breken bij het kijken naar een match op het Juliana-terrein.


  • Mill kwam langzaam beter in de slappe was te zitten.



  • Tijdens de Oranjefeesten ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Irene en Koninginnedag, werd een grote militaire parade gehouden.

  • Circus Van Bever kwam naar Mill: alle kinderen kregen gratis toegang en gratis snoep.

  • En bij Kloosterman was het dansen van 4 tot 9. ’s Middags wel te verstaan !
    (foto V)

MOBILISATIE




  • 1939 september ….. Oorlog dreigde, de algemene mobilisatie riep alle dienstplichtigen op. Mill kreeg inkwartiering van duizenden militairen.
    Er werden stellingen en loopgraven aangelegd. Soms was er proefalarm.


  • De kermis ging niet door !

  • De werkeloosheid verminderde van 120 naar 20 man.

  • Mill kreeg de eerste kraam voor Patat-frieten en er kwam ook een postzegelautomaat voor zegels van 5 en anderhalve cent.

  • Dr. Arntz was druk met ongelukken en zieken.

  • Vrouwen van Mill werden opgeroepen om te breien voor onze soldaten:
    “Breit Allen Mee” luidde de slogan.

  • De ordedienst stelde alarmvoorschriften op voor de burgers. Er kwamen noodrantsoenen gereed liggen, elke dag dienden flessen met vers water te worden gevuld.

  • Er werden schuilplaatsen ingericht, vluchtroutes ontworpen, het dorp werd ingedeeld in sectoren met aan het hoofd een evacuatiecommissaris.

  • En daar tussendoor werd gevoetbald en getennist!
    Maar dit laatste niet door iedereen.
    Mientje, die door moeder werd weggestuurd om bij Frans Keijzers aan de Wanroyseweg een mattenklopper te halen en dat ding achterop de fiets bond, hoort bij Nelleke op de Molenheide nog juist smiespelen: “ zui-die ok-al bij die tennisclub sien?

  • Jonkheer Mr. Carel had zoveel inkwartieringen en evenzoveel inwoners in zijn gemeente, dat hij de Raad voorstelde, meteen maar die paar centen aan de Pastores terug te storten.


  • Notaris De Vries verkocht alweer een boerderij met verplaatsbaar melkhuisje …… en zo verstreek dat “oarig-apart” maar toch ó-zo bijzonder jaar 1 9 3 9 .


    h e n k v a n d e w e e m
    mill/wijchen , 31 december 2009.

    Nb. foto’s uit de periode 1939 – 2009 zijn een hommage aan 90jr. Juliana en 70jr. Topio




  • Bronnen:
    --- archief Vriendenkring van Myllesheem
    --- foto’s Hermsen Mill en Hub Verstraaten
    --- scans en corr. Thom van Bakel
    --- BHIC afd. Grave (streekarchief)
    --- archief Boxmeers Weekblad
    --- archief Graafsche Courant
    --- archief Echo van het Land van Cuijk
    --- eerdere publicatie door auteur (ged. 1989) .




dinsdag 29 juli 2008

Van de vriendenkring, commentaren en de missie ad.1817-2001




Het wordt weer tijd terug te zien op het verleden en de toestand van het Cultuurhistorisch Millsche Erfgoed. Er komen nog steeds reac­ties binnen n.a.v. de verhalen van onze VRIENDEN­KRING VAN MYLLESHEEM. Soms is er duidelijk kritiek, maar ook loven­de woorden en "stichtende" commmenta­ren. Wij constateren met vreugde, dat de kring steeds meer belangstel­lenden trekt. Daarom hebben we een bundeltje samen­gesteld, getiteld: MILL - ANNO 1.), dat in een kleine oplage is ver­spreid. Een 2de druk is in bewerking. De Vriendenkring van Myllesheem be­staat uitsluitend uit een gezelschap heemkun­di­gen, die het Millsche Erfgoed ter harte gaat en zich inte­res­seren voor de geschiede­nis van de streek in het algemeen en natuurlijk Mill in het bijzonder. Mill IS een BIJZONDER dorp.

PATER EZECHIEL VERGEEST
In ons laatste artikel namen wij afscheid met een prent van pater Ezechiel Vergeest en dominee Mak, 2 cultuur­dragers van de missie in het toenmalige Nederlands Oost-Indie. Daarom hebben wij pater Ezechiel nog even over het voetlicht gehaald, in vol ornaat als aalmoezenier van het Nederlands leger in Indonesie (1942-48). Wij zouden over deze persoon heel veel kunnen vertellen. Het katholiek geloofsleven in Indonesie is op dit moment volop in bloei. De bisschop van Breda, Mgr. Muskens, Indonesie-kenner bij uitstek, berichtte onlangs hierover in ANS (juni-01) het studentenblad van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij beweert daarin, dat in de kerk van Jakar­ta elke morgen om half 6 een eucharistie­vie­ring is, hele­maal vol, om 6 uur weer een mis en om half 7 weer, elke dag opnieuw. Allemaal jong volk, dat op weg naar de universi­teit eerst naar de kerk gaat. De hele Indonesische cultuur is door­spekt met religie! Als je daar pastoor bent, ben je dat niet alleen voor de Katholieken, maar ook voor de Islamieten en de Hindoes. Je bent daar iemand, die respect verdient, want je bent "van de godsdienst". Aldus Mgr. Marti­nus Muskens.

TEKEN VAN HERINNERING
Dat is uiteindelijk allemaal geleid vanuit de voet­sporen van onze Jacob Nelissen, de grond­legger van de eerste missie op Java. Een standbeeld, zoals van Mgr.Bekkers in St.Oederode hoeft niet, maar een kleine aandui­ding, een ver­wijzing naar de plek, waar deze man in Mill is geboren en opgegroeid zou de herinnering levend houden. Dan hebben we er in Mill weer een historisch exponent bij !
De bewering, dat de NELLISSENWEG naar deze Millse missiona­ris zou zijn vernoemd, mist elke grond. Deze weg is zoals zovele wegen in Mill (denk aan Frederiksweg, Van den Bogaard­weg en Van Gemert­weg) genoemd naar de familie, die daar van oudsher heeft gewoond. De nabijgelegen KOESTRAAT in samenhang met de weipoort en de Groespeelweg verdienen een andere uit­leg, dan vermeld staat in het Millse-straatnamenboek. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

SLOTGEDACHTE
Commentaar kwam ook uit de hoek van de Orgelkring "Greg­orius van Dijk", een vereniging van muziekliefhebbers uit het Land van Cuijk en Noord-Limburg. Zij zijn gebrand op de orgels van Smits uit Reek en voeren in hun logo dan ook een specifiek SMITS-orgel. Voorst breken ze een lans voor onvervalste Volle­bregt-uitvoeringen en tanen niet naar onze Millse orgelbouwer Arendt van Lampe­ler (1520-1588), waaraan wij vorig jaar in deze rubriek enkele artikelen hebben geweid. Daar zeggen zij niets over, kunnen geen enkel orgel in deze regio opnoemen. Overi­gens een illuster gezelschap met veel liefde voor orgel­muziek en welke met grote ijver kennis en wetenschap in brede zin in de streek tracht te bevorde­ren. Maar wel kiezen vele kringen de naam van de beroemd­ste orgelbouwer uit hun regio. Bijvoorbeeld Den Bosch noemt haar orgel­kring naar Hendric Niehoff (ged.om­str.1500), autoch­toon van de stad en medeven­noot van onze Millse Arendt van Lampeler. Afijn, Reek ligt dichtbij, maar wel in het Land van Raven­stein. SLOT (Hw.)

bronnen: in editie genoemd
Geert Mak, diversen
Brabanterorgel van Vente
foto-archief Familie Essers Nijmegen
Indonesie van Mgr.Tiny Muskens .
Straatnamenboek Mill
RU Nijmegen

datum: 26 juli 2008
tekst: h e n k v a n d e w e e m
mmv. Inge van de Weem Westervoort

bijlage: foto Aalmoezenier Vergeest

E-mail: vriendenkringmyllesheem@hotmail.com
www.vriendenkringvanmyllesheem.blogspot.com

VAN EEN BLOEIENDE MISSIE, PATER & DOMINEE in 1812 en 1942

Soms moeten we iets rechtzetten, wat in haast & geest­drift over het hoofd is gezien. De zeereis duurde 6 i.p.v. 8 maan­den, toch nog een flinke hap-in-de-tijd. Vorige week zag U in de prachtige kathedaal van Batavia het resultaat en de kracht van een bloeiende Missie, opgestart door onze Millse Jacob Nelissen. Vermogende ambtena­ren, militairen en planters ston­den op Java als goedgeefs bekend. Multatuli had niet in alles ge­lijk; de met bloed gecementeerde (..) postweg, ooit door Daen­dels, in de lengte dwars over Java aangelegd, diende ook de missies en diende in ruime zin de onderlinge commumicatie.

ORDEN
Nederland had zijn kolonieen goed georganiseerd en niet alleen de burgerlijke overheid, ook de besturen van de reli­gieu­ze orden konden goed plannen. De Jezuieten missio­neerden op Java, de Capucij­nen hadden Sumatra en Celebes als werkge­bied en de paters van het Goddelijk Woord deden hun best op Borneo en de Bantu-eilanden.

FAMILIESTAMBOOM
WAT IS ER NU NOG VAN OVER ? Dat horen wij altijd, wanneer een familie in genealogische kringen, haar stamboom presen­teert. Welke families zijn in ons dorp of regio nog verwant aan Jacob Nelissen. Zonder U te vermoeien met veel jaartal­len hebben wij een en ander nagetrokken. Jacob Nelissen had een broer Michiel, die op 8-jarige leeftijd overleed. Uit een eerder huwelijk van zijn vader Willibrord Nelissen leefden 2 halfzussen, die als Cornelia (Nilliske *1744) en Theodora (Dirris *1746) Wilbers resp. trouwden met Peter Jans Aben en Lucas van den Hooven. Een andere zoon en dochter van Wilbert Nelissen stierven jong. Daarmee is deze tak van de NELIS­SEN-familie in de mannelijke lijn uitgestorven. Van moederszijde was een half­broer Jan de Vael (*1738) in het gezin opgenomen. Volgens een akte uit 1783 (RA arch.Land van Cui­jk) Cuijk erfde deze Jan de Vael de boerderij in het Meulengat. Wat is er nu nog over van de FAMILIE DE VAEL (Vaa­l)? Jan is ons enige aankno­pings­punt. De naam komt in Mill en omge­ving niet meer voor. De laatste telgen zijn Wil­helmina de Vaal, welke in 1887 trouwt met Gerar­dus Meulepas en gaat wonen op de Kroondo­mein-hoeve De HOF TEN HOVE. Dat is de boerderij, waar momenteel de familie Jilessen-van de Kolk woont en werkt. Maria de Vaal, een zus van Wilhelmina trouwde in 1893 met Johannes Vloet, de pach­ter van de Kroon­domein­-hoeve HET HEKKEN. In de volksmond heette hij d'n BEKSE HANNES, omdat deze boerderij aan de BEEK was gele­gen. Mina Selten, de weduwe van Piet Vloet, wonende momenteel in Aldenhorst is waarschijn­lijk de oudste Mille­naarse, die kan zeg­gen, dat ze familie is van Mgr.Jacob Nelis­sen, de eerste Apostolisch Prefect van Nederlands-Indie en de stichter van de Missie op Java.

DOMINEE en KATHOLIEK
Maar wat is er nog over van de Missie ? Heel veel! Het boek DE EEUW VAN MIJN VADER, alom bekend en meestal overvraagd in biblio­theken, geeft een pracht voorbeeld en meteen antwoord op deze vraag. Onlangs lazen wij een artikel, dat genoemd boek van GEERT MAK als onderwerp had. In 1942 samen geinter­neerd door de Jappen in de kampen op Java en Birma doen pater en dominee de zielzorg onder de kampbewoners en krijgsge­vangenen. Er is geen verschil in uitleg en godsdienst-beleving van katho­lieken en protestan­ten. Ook niet als iemand vraagt om een vloeitje voor het draaien van een sigaret. De dominee scheurt dan een dun velle­tje uit zijn psalm­boekje en ook de pater ziet al­lengskens zijn brevier minder complee­t worden. Er is maar een probleem: het verhuizen. Langs de BIRMA spoorweg komt dat herhaaldelijk voor. De pater en dominee MAK dragen dan samen het meeneem-reis-altaar met de paramenten van de priester van kamp naar kamp. Een krijgsgevangen kampbewoner heeft dit tafereel op toilet­papier weergege­ven. Wij vonden het onlangs in KAP & KOORD, een periodiek van de Capucijnen met als onder­schrift: WAS DIE PATER TOCH MAAR PROTESTANT!! Die pater was EZECHIEL VER­GEEST, geboortig van Beers. Uit onze regio. (Hw.) (wordt vervolgd)

bronnen: KAP en Koord, OFM.cap.
BS gem. Mill.
doopboeken Widenheem-collectie WHC.
Streekarchief LVC.Grave.
archief Berchmanianum Nijmegen.
datum: 14 juli 2008
tekst: h e n k v a n d e w e e m .
bijlage: fotocopie tijdschr. OFM.cap.

E-mail: vriendenkringmyllesheem@hotmail.com
www.vriendenkringvanmyllesheem.blogspot.com

VAN EEN TESTAMENT EN DE STERFDAG VAN EEN MISSIO­NARIS 1817/1917


Het portret van de missionaris Lambert Princen, dat wij U in de vorige aflevering lieten zien, was niet overtuigend. Met zo'n haar­dracht en andere uiterlijkheden is de figuur primi­tief uitge­beeld. Pater Dr.H­uub Boelaars schrijft erbij, dat dit het enige overblijfsel is uit de eerste dagen van de Missie in Neder­lands-Indie. Tevens het bewijs, dat er verder geen por­tret be­staat van onze Jacob Nelissen.

OVERLIJDEN Mgr.NELISSEN
Op 6 december 1817 overlijdt te Batavia Mgr.Jac.Nelissen. In de BATAVIASCHE COURANT VAN 13 december kan men de volgen­de advertentie lezen: "Heden overleed in het 66ste jaar zijns ouder­doms den Hoogeerwaarden Heer Jacobus Nelissen, geboren te Mill, 3 october 1752, in leven PRAEFECTUS APOSTOLI­CUS en Pastoor der R.K. Gemeente alhier. Een longtering maakte een einde aan zijn Godvrugtig en nederig leven". Batavia, den 6den december 1817. Pater P.Wedding.
En een gelovig redac­teur van de Courant voegt daaraan toe: "Tenvolle verdient hij den dank der nakomelingschap als de grondlegger der nieuwe Missie, die zijn kinderlijke liefde voor Maria toonde door van den beginne af de gehele Missie vertrouwvol te stellen onder de machtige schutse o
nzer H.Moe­der Maria". Bij wettig testa­ment had hij alle bezit­tingen, grond, kerk en pastorie, welke vanaf den be­ginne op zijn naam stonden aan de parochie van Batavia geschonken.

VOORTREKKER en OPVOLGERS
Wij laten U dit allemaal weten, opdat er nog eens een weten­schaps-man komt, die professioneel de eerste symptonen van de stichting van een Missie op Java gaat onderzoeken. Met als voortrekker Jacob Nelissen uit Mill. Tenslotte waren zijn helpers volkomen vreemden voor hem en voor elkaar. Lambert Princen, geboortig van Borne was kapelaan van de H.Kruisparo­chie Raalte in Overijssel. Zijn uitzending was namens de bisschop van Utrecht geregeld door de aartspriester Nico­laas PAS, tevens pastoor van de paro­chie Raalte. Pater Wedding kwam van Amsterdam en Henricus Waanders was geboortig van Anker­veen. Tot welke religieuze orden zij behoorden is niet bekend. Pater Arnold van der Velden sj. schrijft hierover in het Nedelands biogra­fisch woordenboek dl.2 uitg. 1912. Ook in de INDISCHE NAVORSER van 1989, welke de volkstelling op Java uit 1813 publiceert komt de naam voor van pastoor Nelissen. Zijn adres is dan: PASSAR SNIN bij Weltevreden, van beroep Roomsch Catholijk priester.

ARCHIVALIA
Enig speurwerk in het Streekarchief van Grave le­vert het volgende resultaat op: 1917 Tussen de be­richten door over de krijgsverrichtigen van de GROOTE OORLOG 1914-18 publiceert de Graafse Cou­rant een verhaal van Pater Andreas, capucijn en missonaris van Borneo. Zulks naar aanlei­ding van het feit, dat Jacob Nelissen 100 jaar geleden is overleden. Met prachtige volzinnen en veel superla­tieven, wijdt hij dit centinaire in. Het klinkt voor deze tijd wereld­vreemd, als de pater van leer trekt, niet tegen het godde­loos communisme, maar tegen de verfoeilijke VRIJMETSELARIJ. Het is bekend, dat door de vrij­metselarij de eerste con­flicten met het burgerlijk be­stuur zijn ontstaan. De missionaris­sen hadden, ingegeven door Rome, gedreigd met uitsluiting en excommunica­tie. Het communisme was in 1917 nog nauwe­lijks bekend in onze regio. Direct daarop volgt de aankondi­ging, dat Pater Deside­rius, capucijn en oud-mis­sionaris van Sumatra een lezing met VER­TOON­ING VAN LICHT­BEEL­DEN zal geven op 6 november 1917 in het patro­naat te Mill, daarbij gesteund door de bloeiende fanfare Edel­weis, die met enkele nummers dit evenement zal omlijsten. De pater besluit zijn artikel als volgt: Het dorp Mill mag trots zijn op zo'n edel priester, vurig apostel van de kerk. Doch niet alleen deze parochie maar geheel katholiek Nederland mag delen in de eer, omdat een zijner zonen werd uitverkoren om de grondlegger te worden van een eigen Missie in de eigen kolo­nien, die nu al 100 jaar van de vruchten hebben geplukt van hetgeen hij ge­plant en gezaaid heeft. (Hw.) wordt vervolgd.

bronnen: 1.) Berchmanianum archief SJ. Nijmegen
2.) geschiedenis Parochie H.Kruisverheffing Raalte
3.) streek-couranten Archief Grave
4.) vriendelijke mededelingen Capucijnen Velp

tekst: h e n k v a n d e w e e m
mmv. Inge van de Weem Westervoort
datum: 6 juni 2008.
bijgaande afbeeldingen: kerk en kathedraal van Batavia anno 1810 en 1892

E-mail vriendenkringmyllesheem@hotmail.com
www.vriendenkringvanmyllesheem.blogspot.com

VAN PIONIERS, INDISCHE ARCHIPEL EN ONWETTIGE KINDEREN AD.1808


Het gaat nog steeds over Mgr.Nelissen en zijn trouwe metge­zel Lambert Princen. "Na 8 maanden op zee komen beide pioniers op 4 april 1808 te Batavia aan. Zij treffen er een klein groepje katho­lieken-van-huis-uit, voornamelijk soldaten van het leger. In mei van dat jaar krijgen ze een oude kazer­ne­loods van bamboe in de voorstad Weltevreden, die als kerk­ruim­te wordt ingericht en een woonhuis als pastorie. De "STATIE BATAVIA" was geopend" : aldus pater-capu­cijn Dr.Huub Boelaers in zijn proefschrift INDONE­SIANISA­TI dd. 1 novem­ber 1991. Hierin behandelt hij het omvor­mings­proces van de Katholieke kerk in Indonesie tot Indonesi­sche Katholieke kerk.

"RADICAAL"
Uitvoerig gaat Boelaers in op de beginfa­se, geleid door onze Jacob Nelis­sen. Daarbij vertelt hij ook, dat beide initi­atief­nemers een zoge­naamd "radicaal" kregen aangeme­ten. Bij konink­lijk besluit van 9 maart 1807, werd in dit document bepaald, dat de begun­stiger in overheids­dienst was. Ze ontvin­gen een jaarwedde en waren dus staatsamb­tenaren. Nelis­sen en Princen waren er blij mee, want ook alle dienstreizen werden vergoed, op gelij­ke schaal als de protes­tantse domi­nees. Onze Vier­lingsbeekse pastoor, geboortig van Mill, ging als Aposto­lisch Prefect (d.i. MISSIE-BISSCHOP) in functie in genoemde STATIE. De nieuwe prefectuur BATAVIA zou niet alleen Java maar de gehele archipel, 25 miljoen inwo­ners, omvatten. Mille­naren, laat dit kleine uniek en waardevol stukje HISTORIE eens even tot U doordringen!!

In het rijksar­chief in den Haag hebben wij dit Koninklijk Besluit in handen gehad. In verband met de houd­baarheid van het handschrift mochten wij geen copieen maken. De onderteke­ning LOUIS is authentiek. Koning Lodewijk Napoleon garandeert vrijheid van gods­dienst voor alle gezindten. Ook van de gou­verneur Mr.Her­man Willem D­aen­dels, welke op dat moment regeer­de in de archi­pel, genoten zij een bijzon­dere bescherming. Later zal Koning Willem I aan het radicaal de voorwaarde verbinden (..) dat de vrije uitoe­fening van gods­dienst geen gevaar mag opleveren voor de rust en de openbare orde. Ze komen er spoedig achter, dat ze dan wel moeten dansen naar de pijpen van het burgerlijk gezag. Maar toen hadden ze hun kerkje al toegewijd aan de patroonheilige St.Ludovicus. De pastorie krijgen ze cadeau van de chirurgijn An­smuss, de lijfarts van de gouverneur. Gelukkig is ter plaatse de Katho­lieke godsdienst, ondanks alle maatre­ge­len van de REFORMATIE, in de kern bewaard gebleven.

KERK TE KLEIN ...!
Trouwe gelovigen komen danook in bescheiden aantal­len naar de gods­dienstoefenin­gen, zodat hun kerkje al gauw te klein wordt. De protestanten helpen onze prefect Jacob en geven hem een meer passende kapel op Pasar Senen, het centrum van een kleine stad. Zij staan dit stenen gebouw met enke­le "roeden gronds" voor de katholieke eredienst "om niet" af. In een volgende aflevering zullen we zien, hoe ze elkaar vele jaren later opnieuw nodig heb­ben.

1809 2de en 3de STATIE.
Onze missiepioniers gaan voortvarend te werk. In Semarang op Java wordt al gauw een 2de statie opgericht. Lambert Princen, zie bijgaand portret, wordt daar als pastoor gestationeerd en doet direct al met Kerst­mis 1809 een eerste Eucharistievie­ring. Met de protes­tanten maken zij beurtelings gebruik van het bestaande gere­for­meerde kerk­je. De toe­stand van SAMEN-OP-WEG in dit gebouw duurt voort tot eind 1824. Pastoor Princen stichtte hier een weeshuis, dat volgens de Missie-Annalen van 1912 in het K.D.C. van Nijmegen in die tijd nog bestond. Wan­neer in 1809 Neder­land opnieuw 2 pries­ters uit­zendt, gaat in Soerabaja een derde statie (parochie) van start. Deze nieuwe pioniers zijn de eerwaarde heren Philippus Wedding en Henri­cus Waan­ders. Waan­ders begint onder leiding van Mgr.Ne­lis­sen te werken aan de zielzorg in Soera­baja en wordt daar pastoor. Wedding gaat de Apostolisch Prefect Nelissen assisteren, welke langzaam op-leeftijd begint te geraken. In enkele jaren tijd zijn er 3 paro­chies ontstaan, welke elk een gebied beslaan groter dan Nederland. Helaas zijn er maar weinig cijfers bekend, Semarang telt in 1812 ongev­eer 1000 gelovigen, waarvan de helft enkele malen per jaar ter kerke gaat. 75% van alle doopsels in de periode 1809/1812 is van onwettige kinderen. (wordt vervolgd)

bronnen: in editie genoemd
datum : 10 mei 2008
tekst : Henk van de Weem
mmv. Misha & Tiane Tilanus Nijmegen.

E-mail: vriendenkringmyllesheem@hotmail.com
www.vriendenkringvanmyllesheem.blogspot.com