zondag 5 augustus 2012
donderdag 1 maart 2012
MILL EN ZIJN HEILIGE WILLIBRORDUS 3.)

Mogelijk heeft hij de Paus zelfs vooraf ingelicht ! Voor Pepijn was er alles aan gelegen om die Friezen minder moord- , wraak- en roofzuchtig te maken ! Waren ze eenmaal bekeerd tot hetzelfde geloof, dan stelden zij zich gelijk onder hetzelfde bestuur en was veroveren een fluitje-van-een-cent.
Pepijn contra
RadboudBovenstaande foto is een afbeelding van het DOOPSEL van Radboud, koning van de Friezen. Een van de beroemde legenden, die verhaalt, dat RADBOUD zich zomaar niet gewonnen geeft. Het is geborduurd op en deel van een altaarkleed uit 1510 en komt uit het boek Langs Willibrods Wegen, in 1989 uitgegeven door Museum Van Gerwen-Lemmens Valkenswaard. De oude Willem (+ 1994) kon daar zo heerlijk over vertellen. Hoe Radboud alleen zijn tenen in het doopwater houdt en dan aan Willibrord vraagt, of ook zijn voorvaderen in de hemel zijn. Die waren nl. niet gedoopt. Dus zegt Willibrord: “ Die zijn niet in de hemel …”.
Sommigen beweren, dat Willibrord ondiplomatiek gezegd zou hebben, dat ze in de hel zaten.
Waarop Radboud zich terugtrekt uit het doopwater en opmerkt; “ Ik ga toch liever daar, waar mijn voorvaderen zijn, dan naar de hemel bij jullie armoedige lieden, die ik niet ken !” **)
Willibrord had het niet makkelijk in zijn contacten met de koningen. Hij stelde zich vaak kwetsbaar op. Daarom moest hij nogal eens vluchten ! Hij verbleef dan meestal in het Zuiden, rond de Peel, in Susteren of Echternach. Ook hij kende blijkbaar De Oudste Weg Naar De Peel.
Niet alleen Radboud stribbelde tegen, ook de Pepijnen konden maar moeilijk hun Christengedrag op het juiste niveau houden. Hoewel ze veel HEILIGEN in de familie hadden, moest de bisschop nogal eens corrigerend optreden. Lambertus, de bisschop van Maastricht berispte eens een van de Pepijnen en moest dit later met de dood bekopen. Dat neemt niet weg en dat kon ook allemaal in die tijd, dat Hubertus, bekeerling en neef van Pepijn toch weer bisschop wordt van Maastricht en later van Luijk.
Foute situatie ?
Allemaal verhalen die een eigen leven zijn gaan leiden. Zo ook het verhaal van De la Hay, de archivaris van Baarle Nassau & Hertog. De la Hay beweert ijskoud, dat Willibrordus nooit in De Lage landen is geweest, maar zich altijd heeft opgehouden in Noord-Frankrijk en Zuid-België. Hij vergelijkt dit met een verschijnsel in onze regio, waar de Heren van Cuijk in een dag zowel Katwijk, Heeswijk en Vianen konden aandoen. In de 12de eeuw waren dat al gehuchten, die voorkwamen in de omgeving van Cuijk, terwijl men in den lande dacht aan Katwijk aan Zee, Vianen bij Utrecht en Heeswijk in de Meierij. Volgens De la Hay zou Trajectum (Utrecht) Tournehem zijn, gelegen bij Calais en de Monden van de Rhenus (Rijn) lagen ook in Noord-Frankrijk. Ook verklaart hij dat Utrecht pas na 800 is ontstaan !
In de Gelderlander van halfweg 1995 stond te lezen, dat de doopbelofte, die Willibrord in onze taal gebruikte, geschreven is in de 8ste eeuw in onvervalst Saksisch dialect : “ Ec Gelobo in Got, Alemahtigan Fadear (ik geloof in God almachtige Vader) Moge het zo zijn !!(wordt vervolgd).
Henk van de Weem(chroniqueur)
bronnen :Albert De la Hay : Dorestadum - Waderlo : 1977*) J.B. van Heessel: Vrije en Soevereine Heerlijkheid 1978**) Wampach : Sankt Willibrord 1953publicatie De Koerier 29/11-95
maandag 8 augustus 2011
HOE KOMT MILL AAN ZIJN WILLIBRORDUS ?
We hebben bovenstaand gezien, dat er veel percelen grond in Mill toebehoorden aan de Abdij van Echternach. En dat Willibrordus al rond 700 deze eigendommen als Pussela noteerde in zijn calendarium *).
Maar waar is het begonnen ?
Ooit (+/- 1995) was er in het Catreinenconvent in Utrecht een tentoonstelling met als titel : Het BEGIN VAN NEDERLAND anno 695.
De eerste berichten uit die tijd zijn schaars. Zij komen niet van Willibrord maar van de Heilige Lambertus, die enige tijd in onze omstreken heeft gemissioneerd. Als hij anno 688 bisschop wordt van Maastricht, bekent hij eerlijk, dat zijn kerstening van de bewoners van dat deel van Taxandria, gelegen rond de woeste Peel, geen succes is geweest.
Letterlijk schrijft hij: “ een woeste streek met struikgewassen en moerassen bedekt en door een barbaarse bevolking bewoond, niet in dorpen maar in verspreide schamele gehuchten …. “
Dit klinkt nogal negatief, maar men moet er wel bij bedenken, dat ‘barbaren’ vroeger iedereen werd genoemd, die nog heiden was. Daarbij komt nog, dat Maastricht in die dagen al een geciviliseerde stad was, een Civitas Antica **) .
Schamele gehuchten ….. treft ook Willibrord aan, als hij gebruikmakend van de oude Romeinse heirbaan van Kessel over Blerick naar Boxmeer en Cuijk trekt. Het is bekend, dat Willibrordus een bijzondere verering had voor de H.Petrus, prins van de apostelen, en de H.Martinus, de soldaten-heilige. Daarom wijdt hij voornamelijk in de nederzettingen, waar hij verblijf houdt altaren toe aan deze heiligen. In het castellum Ceuclum (Cuijk) neemt hij daarvoor hoogstwaarschijnlijk het altaar binnen de vesting, waar normaal de bevolking haar goden vereerde en offers bracht. Op die offerplaatsen liet hij meestal ook de kerk bouwen. De pas ontdekte Romeinse brug heeft duidelijk gemaakt, dat de versterkte veste direct verbinding gaf met de overzijde van de Maas. De Martinuskerk heeft dus altijd aan de Maas gestaan en niet zoals men graag beweert midden in de nederzetting zodat een gedeelte van de behuizing van Cuijk ooit door de Maas is weggespoeld.
In zijn gevolg had Willibrordus vele gezellen, waaronder, naar men zegt, zieners, genezers en wichelroedelopers. Altijd liet hij enkele vertrouwelingen achter. Vanuit Boxmeer of Cuijk hebben deze later in het achterliggend gebied zelf kerken gesticht. Zo zal het zijn voorgekomen, dat in Possela oftewel Mill een kerk aan Willibrordus is toegewijd. Het is opvallend, dat daar waar een Willibrordus-heiligdom bestaat, er in de buurt zich een St.Petruskerk (Boxmeer) en een St.Martinuskerk (Cuijk) bevinden. Dat is zo bij Diessen, Venray en Millingen in de Duffelt. Het oudst bekende wapen van de Gemeente Mill is van St.Willibrord met staf, kerk en waterput. Hij had water nodig om te dopen, maar zorgde ook voor goed drinkwater, een eerste vereiste rond de gehuchten in de Peel. Hier werd vaak bruin roestig en zelfs brak water door de bevolking gebruikt, bij gebrek aan beter. Dit is waarschijnlijk de hoofdoorzaak geweest van veel kindersterften. Als vrijwel de enige plaats in het bisdom kende de parochie Mill de kinderzegening op Willibrordus-dag 7 novenber.
*) calendarium = het testament St.Willibrord, door hemzelf opgesteld in Echternach.
**) dit is een citaat uit het boek “UDEN” van J.B.van Heesel (1976).
Henk van de Weem
(chroniqueur)
Mill / Wijchen , 15/11-’95 - 1/8-011
donderdag 28 juli 2011
HOE KOMT Mill AAN ZIJN WILLIBRORDUS ?
Beetje historie ……. op gevaar af te worden weggehoond, willen we het toch hebben over St.Willibrord.
Toen Marietje Kremers nog raadslid was, brak ze in 1990 op de valreep van een van haar laatste vergaderingen een lans voor deze patroonheilige van zoveel verenigingen, instellingen en instanties in Mill. 1990 evenals 1995 was een Willibrordusjaar. Alle gemeenten in Nederland, die met deze patroon te maken hebben zijn door een commissie uit Utrecht aangeschreven. Naar aanleiding hiervan zijn destijds en-petit-comite bestuurders van een aantal instanties en verenigingen, w.o. Myllesheeem bijeengeweest. Helaas zijn toen alle afspraken, door onbekende oorzaak in het ongerede geraakt en is het Willibrord-jaar zo goed als onopgemerkt verstreken.
Als eerste had mevrouw Wil Rooyakkers van de Willibrord-apotheek reeds haar medewerking aan bepaalde activiteiten toegezegd.
Hoe komt Mill aan zijn Willibrordus ?
Wij schrijven het jaar 1227, ongeveer 100 jaar na de stichting van de Abdij Marienweerd (1128) en 100 jaar voor de oprichting van de Parochie Mill (anno 1326). Uit het jaar 1227 stamt een belangrijk document, waarvan een afschrift is vervat in het Cartularium , het archief van Marienweerd. Hierin worden percelen grond aangegeven, die in Mill liggen en toebehoren aan de Abdij van Echternach in Luxemburg. Dit is de Abdij, die Willibrord eind 7de eeuw stichtte en waar hij na zijn dood is begraven. Waarschijnlijk heeft Willibrord deze landgoederen gekregen, toen hij rond 700 in onze regio missioneerde. Feit is, dat hij in zijn calendarium, het goed Pussela noemt bij andere goederen in onze regio. Pussela zou de verbastering kunnen zijn van de Hof Pisla in Mill, waar in 1156 de paters van Marienweerd toestemming kregen zich te vestigen, de heilige oliën te wijden en de overledenen te mogen begraven.
De acte van 1227 is belangrijk, omdat dan pas de goederen officieel worden overgedragen. Abt Bartholomeus van Echternach bevestigt hierin de overdracht aan Marienweerd, onder voorbehoud van het vruchtgebruik van een zekere Alhardus Albertzoon. Hij noemt verder als getuigen: de Heer van Batenburg en Theodorus, Graaf van Megen, voorts de priesters, Walter, deken van Cuijk en diens broeder Alexander. En of dat nog niet voldoende is, maakt hij ook nog melding van de namen van de paters Bertram & Rudolf van de Abdij Rinderen (bij Kleef Dld.), die in die tijd de administratie, inning van cijnzen enz… voor Echternach verzorgden. Op bijgaande foto ziet U het beeld van St. Willibrord, dat pastoor Maas (+1994) in 1958 kocht uit de parochiebijdragen bij gelegenheid van zijn 25-jarig priesterjubileum. (wordt vervolgd)
Henk van de Weem
bronnen:
- cartularium Marienweerd Fremery (1890)
- dr. Bas van Bavel: goederenbezit Marienweerd (1993)
- publicaties Marienweerd: Henk van de Weem (1995)
woensdag 18 augustus 2010
TERUG van EVEN WEGGEWEEST !
Voor diegenen, die het nog niet weten : WEEM is afgeleid van Widen Heem, dat staat voor Gewijde Aarde. Een zoon van Karel de Grote stelde dit vast ANNO 835/855. Lodewijk de Vrome, Ludovicus Pius, bepaalde in een charter (De Provocatie van Aken), dat elke pastoor recht had op een WEEM. Het was de bruidschat, die de parochie schonk aan de herder. De herder trouwde als het ware met zijn kudde. Die gift bestond uit een perceel grond, waarop hij zijn pastorie mocht bouwen en hem ook nog van voedsel voorzag. Het stuk grond moest op een voormiddag met 2 ossen bewerkt kunnen worden. Die regel bepaalde de grootte van de ruimte en was enigszins laag gelegen liefst omzoomd met een beekje voor de visvangst. Want de herder had vele vastendagen, waarop hij geen vlees en geen jus uit vlees mocht gebruiken.
Over de 10de mei van 1940 kan ik nog veel vertellen, ……. maar er zijn andere zaken aan de orde. Actueel in de familie is het voornoemde overlijden van MARINUS , 94 jaar. Hij is vrijdag d.a.v. begraven in Alverna. Ik noemde hem altijd onze oudste neef van VADERSZIJDE aan deze kant van de MAAS. Van de kinderen van Oomjan leeft alleen Hanneke nog ! Zij woont in Aldenhorst in Mill.

Zelf dacht Marinus, “ik kom niet meer terug” . Voordat hij tussen veldwachter Van Dijk en een SS-duitser vertrok, zei hij nog tegen Herman: “nou-binde-gij- DUN-AUDSTE !” Gelukkig was hij enkele dagen later weer thuis, kaal geknipt, meer geplukt ….. maar hij was er weer. Daarom geef ik deze bijdrage de titel mee :
TERUG VAN EVEN WEGGEWEEST !
Over deze voorvallen heb ik in 1990 en 1993 artikelen gepubliceerd in De Koerier. Ook zijn deze gegevens opgenomen in de annalen van Myllesheem, met name in het boek: Mill van Mobilisatie tot Bevrijding.
Dit oorlogsgeval staat in Vught niet vermeld, ondanks de GRUNTLICHKEIT van de Duitse bezetters …. trouwens ook het NIOD in Amsterdam schijnt de strijd beneden de Moerdijk amper te kennen. Ooit heb ik over deze stakingen en internering 5 regels …. letwel ….. 5 regels in de officiële stukken gevonden. Lou de Jong rept er met geen woord over !
Dat is UUR “U” nu exact 67jr. geleden, Marinus was toen 26. Ons Pa 52, Oomjanus 49 en Oomjan 55 !
dinsdag 16 maart 2010
EEN HISTORISCHE WANDELING door HET JAAR 1939
1939 ….. 70jr. geleden,………….. is voor vele Millenaren en oud-Millenaren een belangrijk jaar geweest. Boeiend ! Het was het laatste jaar, dat OUD – MILL nog bestond en blijk gaf van veel vreugde, ijver en een bescheiden welvaart. (Op andere plaatsen was het niet anders, zoals recentelijk in Elzevier stond te lezen)
Het jaar daarop veranderde ALLES, 10 mei 1940, ongewild ongekende droefenis, velen verloren het leven en werd Mill in een dag een gigantische puinhoop !
De Teloorgang Van Veel Autochtoon ERFGOED !
De maatregelen en besluiten als gevolg van de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 pakten toevallig voor Mill goed uit. Er kwam een bestemmingsplan voor DE KOM. Kroondomein-gronden werden geannexeerd. Daarop konden woningen worden gebouwd in de Domeinenstraat en op de plek, die nu de Dr.Ir.Ringersstraat wordt genoemd.
Er kwam een ULO-school voor de hele regio. Van het treinverkeer werd optimaal gebruik gemaakt. Mill kreeg langzaamaan een bescheiden STREEK-functie. Door de herbouw, herstel en nieuwbouw van de vele verwoeste gebouwen kwam het Bureau Wederopbouw Boerderijen en Bouw- en Woningtoezicht naar Mill en vestigden zich op de 1ste etage van het Witgele Kruis–gebouw. Voor iedereen was er voldoende werk.
Op dit moment 70 jaar later staat Mill weer voor een enorm experiment, deze keer willens en wetens ! Een gigantische VERNIEUWING dient zich aan. Bewust gaat veel Autochtoon Erfgoed tegen de vlakte. Laten we hopen, dat het geen catastrofale vergissing is! OUD-MILL ziet toe ...... en huivert !
Moge het niet ZO zijn, dat over 70 jaar van MILL wordt gezegd: …. dat is dat dorp in Fitland met die lange straten, ergens gelegen in het Nederambt van het LAND VAN CUIJK !!
GELUKKIG HEBBEN WE DAN NOG DE HERINNERINGEN aan: ANNO 1939
1939 …… , unnun aorigen tied. Zeggen sommige ouderen onder ons.
Met dat a o r i g bedoelen ze : akelig ……… onaardig !
In het begin was het meteen al een triest jaar, kommer en kwel al wat de klok sloeg: hoge werkeloosheid, sociale onrust.
RAAD van Mill.
Burgemeester Jonkheer Mr. Carel van Nispen tot Sevenaer vertelde aan de RAAD, dat er armoede was, slechte huisvesting voor sommigen …. en financiële tekorten bij de gemeente.
Jonkheer Mr. Carel, hij kermde … ja, Carel kermde ! Maar hij kreeg gehoor op zijn weeklagen …. Let wel, gehoor van de Millse Pastores. (foto’s I en II)
.jpg)
De kerken van onze parochies zaten er warmpjes bij.
Ook nog in deze zware tijden. De herders leidden hunne schaapkens met wijsheid, zuinigheid en een groot geloof; zij luidden aanhoudend voor verzamelen onder de kansel.
De kerk van Mill werd zelfs te klein en moest acuut met 2 zijkapellen worden uitgebreid. (arch. Martin van Beek Best) Daarbij bleef, ondanks alles, de toestand van de kerkenkas rooskleurig.
Spontaan leenden de kerkbesturen aan de Jonkheer van de Gemeente elk
5000,-- gulden, die van Mill en ook die van St.Hubert.

FRÖBELSCHOOL, Sr. Fabiana.
1939 … un aorig jaor, wisten de kleuters veel ?
Een jaar waarin veel gebeurde. Het was donker in de werkkast onder de trap naar de kapel van de Zusters Franciscanessen.
Wij, 5-jarigen, noemden dat de muizenkast, waarmee zuster Fabiana en Sr. Bertha ons dreigden.
Menig freubelaartje werd daarin een poosje geïsoleerd tussen de bezems en de emmers.
Schone handjes, lange mouwtjes, kousjes tot boven de knie, broekspijpjes tot onder de knie … enz.
Maar ook hierin kwam verandering, een gloednieuwe kleuterschool werd gebouwd (architect ir. Van Buitenen) en wijzigde meteen ook de a-frivole kledij !
Zuster Perpetua verhuisde als overste naar een ander klooster.
MILITAIREN
De proefmobilisatie als gevolg van de dreiging uit het Oosten, had voor Mill grote gevolgen. Drommen militairen (men schat 10.000) werden in Mill gelegerd.
Langs het Peelkanaal werden kazematten gebouwd.
Er kwam leven in de brouwerij. Het werd allengskes vrolijk-onrustig in Mill.
Mensen moesten op een andere manier worden bezig gehouden dan met gedachten aan neutraliteit en oorlog.
Afleiding zou ons volk goed doen.
1939 ….. een nijver bouwjaar, we spraken al over de kerk, de kleuterschool, maar ook een nieuw consultatiebureau stond op stapel, compleet met veldwachterwoning en arrestantenlokaal. Architect was Jan van Halteren uit Vught.
De oude behuizing naast het raadhuis was onbewoonbaar verklaard en de cellen onder de trappen waren allang verbouwd tot ambtenarenverblijven, want ook aan Mill werden steeds meer overheidstaken toevertrouwd.
HERINDELING
De gemeentelijke herindeling was op veel vergaderingen onderwerp van bespreking. Van demonstreren had men toen nog geen kaas gegeten. Er werden sprekers gevraagd, die de voor- en nadelen op een rijtje zetten, waarop dan weer felle discussies volgden.
Gemeente Linden werd opgeheven en kwam bij Beers, Katwijk bij Cuijk.
Twist wilde niet bij Vierlingsbeek en zocht steun bij Oploo.
Voor- en tegenstanders gingen mekaar te lijf.
Secretaris Ad de Bekker uit Mill trok als een missionaris door het Land van Cuijk en liet zijn iedereen overtuigend notoire stemgeluid horen … !
Hij bracht rust in de gelederen en eindigde elke spreekbeurt met de veelzeggende woorden :
“veel weten is veel begrijpen, alles weten is alles vergeven !”
ONTSPANNING
1939 … best een aardig jaar.
Toneel-uitvoeringen her en der brachten afwisseling. Mill liep zelfs voorop !
Kapelaan Van Roestel kreeg toestemming tegelijk voor dames en heren opvoeringen toe te laten, zowel op het toneel als in de zaal.
Voorheen was dat in de zaal alleen maar mogelijk op zondag 13.00h voor de kinderen, 15.00h voor de dames en 19.00h voor het mannelijk volksdeel.
Zo’n toestemming moest regelrecht van de bisschop van Den Bosch komen.
En dan te weten, dat in de ons omringende plaatsen nog niet “gemengd” gedanst mocht worden !
1939 …. Un aorig joar?
Kom, een leuk en aardig jaar! Er ontstonden vanwege de vele militairen, nieuwe contacten …. Ook nieuwe verenigingen.
De jonge boeren speelden: “De Zee Roept …”, zongen luidkeels “Kruis & Ploeg” en richtten een gymnastiekclub op. Er meldden zich spontaan 20 leden.
Alles kwam in de krant: bril verloren, gebroken been, van de kar gevallen.
Als de ijverige correspondent van de Echo van het Land van Cuijk geen nieuws had, dan maakte hij nieuws !
ORGANISATIES
- De Bijzondere Vrijwillige Landstorm, een weerkorps van burgerwacht en schutterij, organiseerde schietwedstrijden op de heide.
- De Jonge Wacht, wat later Het Verkennen Voor Jongens zou worden, kwam tot leven, tenminste had voorlopig enige bestaansgrond.
- In Het Patronaat in de stationsstraat werd de eerste middenstandscursus gegeven en Kees van Hoof organiseerde de H.Gerardus-bedevaart naar ….. De Twist.
- Op 24 maart publiceerde De Echo, dat er werk wordt gemaakt van de bouw van een Tennisbaan aan de Wanroyseweg …. Men doet moeite om dit als een werkelozen-project goedgekeurd te krijgen.
- De Coloradokever stak voor het eerst de kop op … en het stormde in de Peel.
- In 2 gezinnen werd een 15de kind geboren.
- Zeker is, dat 2 maal een tweeling het levenslicht zag: op het Hoogveld en ook in de Schoolstraat. (foto III)
- Mill telde 4381 inwoners, 2267 mannen en 2114 vrouwen en de Stoomzuivelfabriek verkocht voor 40.000,-- guldens aan pap.
En ook in die tijd ging de Raad over in geheime zitting ! - Er werd ook veel gestudeerd. Twee onderwijzeressen en 2, (mogelijk 3) onderwijzers studeerden af en kregen werk.
- 1939 een succesvol jaar, Korfbalclub Midako kreeg de 2de prijs bij de zoveelste Kalorama-mars.
- Ook het eeuwenoude Gilde Sintekatrien, vierde, tierde, teerde en …. “schoot den vogel af”.
- Op vrijdag 26 mei 1939 ’s avonds om 19.00h werd de Tennisbaan aan de Wanroyseweg geopend.
De club kreeg de naam TOPIO : Tennisclub Opgericht In Oorlogstijd. - Dobbelman en Ibis-shag boden de Millenaren en ook de soldaten een feestavond aan, compleet met cabaret.
Dat gebeurde niet in het Patronaat, maar in de uitgeruimde werkplaats van Timmerbedrijf Martien Janssen (foto IV). - In juli vierde de Voetbalclub JULIANA haar 20jarig bestaan ……. met Motorrennen.
Even later zal Gerrit van de Cruijssen zijn been breken bij het kijken naar een match op het Juliana-terrein. - Mill kwam langzaam beter in de slappe was te zitten.
- Tijdens de Oranjefeesten ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Irene en Koninginnedag, werd een grote militaire parade gehouden.
- Circus Van Bever kwam naar Mill: alle kinderen kregen gratis toegang en gratis snoep.
- En bij Kloosterman was het dansen van 4 tot 9. ’s Middags wel te verstaan !
(foto V)

MOBILISATIE
- 1939 september ….. Oorlog dreigde, de algemene mobilisatie riep alle dienstplichtigen op. Mill kreeg inkwartiering van duizenden militairen.
Er werden stellingen en loopgraven aangelegd. Soms was er proefalarm. - De kermis ging niet door !
- De werkeloosheid verminderde van 120 naar 20 man.
- Mill kreeg de eerste kraam voor Patat-frieten en er kwam ook een postzegelautomaat voor zegels van 5 en anderhalve cent.
- Dr. Arntz was druk met ongelukken en zieken.
- Vrouwen van Mill werden opgeroepen om te breien voor onze soldaten:
“Breit Allen Mee” luidde de slogan. - De ordedienst stelde alarmvoorschriften op voor de burgers. Er kwamen noodrantsoenen gereed liggen, elke dag dienden flessen met vers water te worden gevuld.
- Er werden schuilplaatsen ingericht, vluchtroutes ontworpen, het dorp werd ingedeeld in sectoren met aan het hoofd een evacuatiecommissaris.
- En daar tussendoor werd gevoetbald en getennist!
Maar dit laatste niet door iedereen.
Mientje, die door moeder werd weggestuurd om bij Frans Keijzers aan de Wanroyseweg een mattenklopper te halen en dat ding achterop de fiets bond, hoort bij Nelleke op de Molenheide nog juist smiespelen: “ zui-die ok-al bij die tennisclub sien? - Jonkheer Mr. Carel had zoveel inkwartieringen en evenzoveel inwoners in zijn gemeente, dat hij de Raad voorstelde, meteen maar die paar centen aan de Pastores terug te storten.
- Notaris De Vries verkocht alweer een boerderij met verplaatsbaar melkhuisje …… en zo verstreek dat “oarig-apart” maar toch ó-zo bijzonder jaar 1 9 3 9 .
h e n k v a n d e w e e m
mill/wijchen , 31 december 2009.
Nb. foto’s uit de periode 1939 – 2009 zijn een hommage aan 90jr. Juliana en 70jr. Topio 



Bronnen:
--- archief Vriendenkring van Myllesheem
--- foto’s Hermsen Mill en Hub Verstraaten
--- scans en corr. Thom van Bakel
--- BHIC afd. Grave (streekarchief)
--- archief Boxmeers Weekblad
--- archief Graafsche Courant
--- archief Echo van het Land van Cuijk
--- eerdere publicatie door auteur (ged. 1989) .
dinsdag 29 juli 2008
Van de vriendenkring, commentaren en de missie ad.1817-2001

PATER EZECHIEL VERGEEST
In ons laatste artikel namen wij afscheid met een prent van pater Ezechiel Vergeest en dominee Mak, 2 cultuurdragers van de missie in het toenmalige Nederlands Oost-Indie. Daarom hebben wij pater Ezechiel nog even over het voetlicht gehaald, in vol ornaat als aalmoezenier van het Nederlands leger in Indonesie (1942-48). Wij zouden over deze persoon heel veel kunnen vertellen. Het katholiek geloofsleven in Indonesie is op dit moment volop in bloei. De bisschop van Breda, Mgr. Muskens, Indonesie-kenner bij uitstek, berichtte onlangs hierover in ANS (juni-01) het studentenblad van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij beweert daarin, dat in de kerk van Jakarta elke morgen om half 6 een eucharistieviering is, helemaal vol, om 6 uur weer een mis en om half 7 weer, elke dag opnieuw. Allemaal jong volk, dat op weg naar de universiteit eerst naar de kerk gaat. De hele Indonesische cultuur is doorspekt met religie! Als je daar pastoor bent, ben je dat niet alleen voor de Katholieken, maar ook voor de Islamieten en de Hindoes. Je bent daar iemand, die respect verdient, want je bent "van de godsdienst". Aldus Mgr. Martinus Muskens.
TEKEN VAN HERINNERING
Dat is uiteindelijk allemaal geleid vanuit de voetsporen van onze Jacob Nelissen, de grondlegger van de eerste missie op Java. Een standbeeld, zoals van Mgr.Bekkers in St.Oederode hoeft niet, maar een kleine aanduiding, een verwijzing naar de plek, waar deze man in Mill is geboren en opgegroeid zou de herinnering levend houden. Dan hebben we er in Mill weer een historisch exponent bij !
De bewering, dat de NELLISSENWEG naar deze Millse missionaris zou zijn vernoemd, mist elke grond. Deze weg is zoals zovele wegen in Mill (denk aan Frederiksweg, Van den Bogaardweg en Van Gemertweg) genoemd naar de familie, die daar van oudsher heeft gewoond. De nabijgelegen KOESTRAAT in samenhang met de weipoort en de Groespeelweg verdienen een andere uitleg, dan vermeld staat in het Millse-straatnamenboek. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd.
SLOTGEDACHTE
Commentaar kwam ook uit de hoek van de Orgelkring "Gregorius van Dijk", een vereniging van muziekliefhebbers uit het Land van Cuijk en Noord-Limburg. Zij zijn gebrand op de orgels van Smits uit Reek en voeren in hun logo dan ook een specifiek SMITS-orgel. Voorst breken ze een lans voor onvervalste Vollebregt-uitvoeringen en tanen niet naar onze Millse orgelbouwer Arendt van Lampeler (1520-1588), waaraan wij vorig jaar in deze rubriek enkele artikelen hebben geweid. Daar zeggen zij niets over, kunnen geen enkel orgel in deze regio opnoemen. Overigens een illuster gezelschap met veel liefde voor orgelmuziek en welke met grote ijver kennis en wetenschap in brede zin in de streek tracht te bevorderen. Maar wel kiezen vele kringen de naam van de beroemdste orgelbouwer uit hun regio. Bijvoorbeeld Den Bosch noemt haar orgelkring naar Hendric Niehoff (ged.omstr.1500), autochtoon van de stad en medevennoot van onze Millse Arendt van Lampeler. Afijn, Reek ligt dichtbij, maar wel in het Land van Ravenstein. SLOT (Hw.)
bronnen: in editie genoemd
Geert Mak, diversen
Brabanterorgel van Vente
foto-archief Familie Essers Nijmegen
Indonesie van Mgr.Tiny Muskens .
Straatnamenboek Mill
RU Nijmegen
datum: 26 juli 2008
tekst: h e n k v a n d e w e e m
mmv. Inge van de Weem Westervoort
bijlage: foto Aalmoezenier Vergeest
E-mail: vriendenkringmyllesheem@hotmail.com
www.vriendenkringvanmyllesheem.blogspot.com

